Toen mijn dochter een stille, hongerige klasgenoot mee naar huis nam voor het avondeten, dacht ik dat ik de maaltijd gewoon even zou rekken. Maar op een avond viel er iets uit haar rugzak, waardoor ik de waarheid onder ogen moest zien en opnieuw moest nadenken over wat ‘genoeg’ nu eigenlijk betekende voor ons gezin en voor mij.
Vroeger geloofde ik dat als we maar hard genoeg werkten, we uiteindelijk wel zouden krijgen wat we nodig hadden. Genoeg eten, genoeg warmte en bovenal heel veel liefde.
Maar in ons huis was “genoeg” iets waar ik mee in discussie ging in de supermarkt, met het weer en zelfs in mijn eigen hoofd.
Volgens mijn planning stond er dinsdagavond rijst op het menu met een pakje kippenbouten, wortels en een halve ui. Terwijl ik de groenten sneed, berekende ik alvast hoeveel er overbleef voor de lunch en welke rekening nog een week kon wachten.
Dan kwam uit de garage, zijn handen ruw, zijn gezicht getekend door ontberingen.
‘Zullen we binnenkort gaan eten, schat?’ Hij liet zijn sleutels in de schaal vallen.